LSR Werkruimte
RK
R. KamphuisAdmin
PSO-cursus
Zoeken...
RK

1.4 PSO 30+ en aanbestedingen

Leerdoelen

  • De cursist kan uitleggen wat de PSO 30+ erkenning inhoudt en welke kwantitatieve drempel daarbij geldt.
  • De cursist kan de relatie tussen PSO 30+ en artikel 2.82 van de Aanbestedingswet beschrijven.
  • De cursist kan toelichten wat voorbehouden opdrachten zijn en wat er sinds 1 juli 2016 is veranderd.

PSO 30+ als hoogste niveau

Bovenop de reguliere prestatieladder kent de PSO een aparte PSO 30+ erkenning. Bedrijven met een PSO 30+ erkenning hebben ten opzichte van hun totale personeelsbestand minimaal 30% personen werkzaam die behoren tot de PSO-doelgroep. De 30+ erkenning wordt alleen apart uitgelezen wanneer een aanvragende organisatie een PSO-score heeft die haar in aanmerking brengt voor trede 3. Doordat een aantal kwalitatieve criteria onderdeel uitmaakt van trede 3, zijn die kwalitatieve waarborgen ook bij de PSO 30+ erkenning geborgd. PSO-Nederland verstrekt de PSO 30+ erkenning in de vorm van een apart PSO 30+ certificaat, zodra de organisatie hiervoor op basis van de kopie rekentool en het auditrapport in aanmerking komt.

Aansluiting bij de Aanbestedingswet

De PSO 30+ erkenning sluit aan bij de herziening van de Aanbestedingswet die op 1 juli 2016 van kracht is geworden. Op grond van artikel 2.82 van de Aanbestedingswet kunnen aanbestedende diensten, zoals gemeenten, ervoor kiezen om aanbestedingsprocedures voor te behouden aan zogenaamde 'sociale' bedrijven. Aan deze procedures kan dan alleen worden deelgenomen door sociale werkplaatsen en ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot hoofddoel hebben, of door programma's voor beschermde arbeid. De belangrijke kwantitatieve voorwaarde is dat ten minste 30% van de werknemers van deze organisaties of programma's gehandicapte of kansarme werknemers zijn.

Wat er met de wet veranderde

Vóór deze herziening konden opdrachten uitsluitend worden voorbehouden aan SW-bedrijven, op basis van een doelgroeppercentage van 50%. In de nieuwe Aanbestedingswet is dit percentage verlaagd van 50% naar 30% en is de regeling opengesteld voor alle organisaties, niet langer alleen voor SW-bedrijven. Daarmee kunnen ook reguliere organisaties die in zeer hoge mate sociaal ondernemen meedingen naar zulke voorbehouden opdrachten.

Voorbehouden opdrachten en het belang van een onafhankelijke erkenning

Het voorbehouden van een opdracht vraagt om een transparante, eenduidige en onafhankelijke toetsing waarmee organisaties kunnen aantonen dat het aandeel personen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij hen hoger is dan 30%. Voor het toepassen van artikel 2.82 door publieke opdrachtgevers is door Cedris een handreiking ontwikkeld. Voor ondernemers die willen aantonen dat zij aan de wettelijke eisen voldoen en zo kunnen meedingen naar voorbehouden opdrachten, biedt de PSO 30+ certificering uitkomst: zij maakt zichtbaar welke organisaties aantoonbaar aan het kwantitatieve aspect van de wetgeving voldoen. Niet alleen publieke, maar ook private opdrachtgevers gebruiken de PSO 30+ erkenning om partners te vinden die in hoge mate sociaal ondernemen.

Een kwantitatief én een kwalitatief aspect

Let op: artikel 2.82 kent zowel een kwantitatief als een kwalitatief aspect. Een organisatie moet niet alleen het percentage van minimaal 30% halen, maar ook (aantoonbaar) de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot hoofddoel hebben, en niet 'slechts' als een van de doelen. Dat kan bijvoorbeeld uit de statuten van de onderneming blijken. De precieze formulering verschilt per onderneming, maar de integratie van de doelgroep moet wel het hoofddoel zijn.

De brede 30+ doelgroep

Voor de 30%-regeling hanteert de wetgever in beginsel een brede groep. Daartoe behoren in ieder geval personen die vallen onder de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, en mensen met een uitkering op grond van de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) of de WAO. Op basis van de Handreiking social return van de VNG (maart 2018) worden ook personen uit de bijstand (Participatiewet) en de WW meegenomen bij het bepalen of een bedrijf voldoet aan het 30+ criterium. Sinds 1 april 2019 tellen ook personen met een duurzame, langdurige detachering (minimaal een half jaar en minstens twee uur per week) mee voor de berekening van het 30+ percentage, mits de werkgelegenheid structureel is.

Verhouding tot de reguliere PSO-doelgroep

De doelgroep voor de PSO 30+ erkenning is in beginsel gelijk aan die van de reguliere PSO-erkenning, met enkele uitzonderingen. Zo tellen bbl'ers en bol'ers en vso/pro-leerlingen met een leerwerkovereenkomst of stage niet mee voor de 30+ berekening. Een ander belangrijk verschil zit in de weging. Waar de reguliere PSO werkt met verschillende weegfactoren voor uitgangsposities en contracttypen, geldt voor de PSO 30+ erkenning dat de weging voor alle uitgangsposities en contracttypen '1' is. Het gewicht is dus '1' of '0': een persoon telt mee of telt niet mee. Dit sluit aan op de wettelijke logica van een eenvoudig, controleerbaar percentage.

Structurele werkgelegenheid

De wetgever benadrukt dat de werkgelegenheid die het bedrijf biedt structureel moet zijn; er kan niet slechts sprake zijn van tijdelijke dienstverbanden. Deze eis is geborgd in de rekentool. Naast personen met een regulier dienstverband tellen alleen personen met een langdurige detachering van minimaal een half jaar mee voor de berekening van het 30+ percentage. Sinds 1 april 2019 tellen gedetacheerde personen, mits het duurzame overeenkomsten betreft, dus wel mee, zowel voor de doelgroep als voor het totaal aantal fte. De gewerkte periode vóór de peildatum moet daarvoor minstens zes maanden zijn en minstens twee uur per week bedragen. De rekentool controleert hier automatisch op en neemt alleen die flex-overeenkomsten mee die aan deze aanvullende eisen voldoen.

Betekenis voor opdrachtgevers en de markt

Door bewust werk te gunnen aan organisaties met een PSO 30+ (Aw-)certificaat, ontstaan nieuwe banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De verwachting is bovendien dat organisaties die zo'n erkenning voeren weer andere organisaties inspireren om zich tot een 30+ organisatie te ontwikkelen. Voor publieke opdrachtgevers biedt de erkenning een eenduidige, onafhankelijke manier om te bepalen welke partijen mogen meedingen naar voorbehouden opdrachten. Voor private opdrachtgevers die een contractpartner zoeken die in zeer hoge mate sociaal onderneemt, maakt de PSO 30+ erkenning zichtbaar welke organisaties aantoonbaar aan het kwantitatieve aspect van de wetgeving voldoen. Zo verbindt de PSO 30+ erkenning het keurmerk rechtstreeks met concrete kansen op werk via de inkoopkracht van opdrachtgevers.

Submoduletoets

5 vragen · beste score 5/5 · 1 poging(en)

Opnieuw maken