LSR Werkruimte
RK
R. KamphuisAdmin
PSO-cursus
Zoeken...
RK

3.3 Tricky gevallen

Leerdoelen

  • De cursist kan beoordelen wanneer een stagiair (incl. hbo) wel of niet meetelt en wat het verschil is tussen regulier contract en stage.
  • De cursist kan de WW-toegangseis (zes maanden vooraf) onderscheiden van de meetelduur (drie jaar) en de uitzonderingen benoemen.
  • De cursist herkent valkuilen rond bbl vs bol, statushouders/Oekrainers, zuivere dagbesteding en de 30+-erkenning.

Stagiairs, inclusief hbo: wel of niet in de doelgroep?

Een veelvoorkomend misverstand is dat 'een stagiair' automatisch meetelt voor de PSO. Dat is niet zo. Een stage telt alleen mee als de persoon zelf onder de PSO-doelgroep valt (de uitgangspositie) en er sprake is van een getekende overeenkomst die is gericht op het verwerven van arbeidsvaardigheden ten behoeve van arbeidsinpassing bij een reguliere werkgever. Met 'stage' wordt in de handleiding bovendien specifiek bedoeld: een stage-overeenkomst in het kader van een bol-leerweg of een arbeidstoeleidingsstage voor vso- en pro-leerlingen. Een doorsnee hbo-stagiair die alleen een hbo-opleiding volgt en geen doelgroepstatus heeft, telt dus niet mee. De Nederlandse PSO kent geen aparte categorie 'hbo-stagiair'; alleen in de vergelijking met buitenlandse regelingen worden 'hbo-leerlingen met GON-begeleiding' genoemd als enigszins vergelijkbaar met de arbeidsongeschiktheidsdoelgroep, maar daaraan kunnen geen rechten worden ontleend. De kernvraag blijft altijd: heeft deze persoon een geldige uitgangspositie?

### Regulier contract versus stage

Het type contract bepaalt de weging, niet of iemand in de doelgroep zit. Een regulier contract (vast of tijdelijk, inclusief 0-urencontract) weegt 1; een stage/werkervaringsplaats/re-integratietraject weegt 0,75; een proefplaatsing 0,5; detachering of flexarbeid 0,9. Wie als bbl'er een arbeidsovereenkomst heeft, mag het type contract met de hoogste waardering gebruiken. Bij bol is het type contract altijd 'Stage, werkervaringsplaats of re-integratietraject'. Hetzelfde persoon kan dus heel verschillend wegen, afhankelijk van de contractvorm.

WW: zesmaandeneis vooraf versus meetelduur van drie jaar

Bij WW zitten twee getallen die je niet door elkaar mag halen. Vooraf (toegangseis): iemand telt pas mee als hij voorafgaand aan instroom in totaal minimaal zes maanden werkloos was en WW en/of PAWW ontving. Een aaneengesloten periode van WW gevolgd door PAWW telt op tot die zes maanden. Gaat iemand tijdens zijn WW weer werken en wordt hij binnen 26 weken opnieuw werkloos, dan herleeft de oude uitkering en tellen de WW-periodes voor en na samen mee (minimaal zes maanden). Daarna (meetelduur): vanaf instroom telt de WW'er drie jaar mee. Uitzondering op de toegangseis: bij personen van 56 jaar en ouder voor wie het UWV een LKV oudere werknemer afgeeft, vervalt de zesmaandeneis.

Bbl versus bol

Bbl en bol lijken op elkaar maar verschillen wezenlijk in contractvorm. Een bbl'er (beroepsbegeleidende leerweg) heeft veelal een arbeidsovereenkomst met de Aanvragende organisatie of is gedetacheerd; het type contract met de hoogste waardering geldt. Een bol'er (beroepsopleidende leerweg) heeft als type contract altijd 'Stage, werkervaringsplaats of re-integratietraject'. Voor beide geldt: de startdatum van de bbl/bol is de 'datum in dienst' en de einddatum de 'datum uit dienst'; bij overgang naar een hoger niveau geldt de overgangsdatum als uit-datum voor het oude niveau en in-datum voor het nieuwe niveau. De weging daalt met het niveau (niveau 1 het zwaarst).

Statushouders en Oekrainers

Statushouders en asielzoekers worden gelijkgesteld aan de PW/Wwb-doelgroep en tellen vijf jaar mee. Het bewijs verschilt echter: asielzoeker = vreemdelingendocument type W + TWV; statushouder = verblijfsdocument type 3 (bij type 4 aanvullend bewijs). Oekrainers die onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen vormen een apart geval: zij tellen mee zolang die tijdelijke richtlijn van kracht is (niet automatisch vijf jaar). Het bewijs is hier paspoort + IND-sticker + IND-brief (verlenging tijdelijke bescherming). De meetelduur is dus gekoppeld aan de geldigheid van de richtlijn.

Zuivere dagbesteding telt niet mee

Arbeidsgerelateerde dagbesteding en vrijwilligerswerk kunnen onder voorwaarden meetellen, maar alleen als er een getekende overeenkomst is waaruit blijkt dat het doel arbeidsinpassing bij een reguliere werkgever is. Overeenkomsten die niet gericht zijn op het verkrijgen van betaald werk tellen niet mee. Voorbeelden die expliciet niet meetellen zijn ontwikkelingsgerichte en belevingsgerichte dagbesteding. De auditor toetst of de overeenkomst gericht is op betaald werk aan de hand van een expliciete vermelding daarover in de overeenkomst. 'Zuivere' dagbesteding zonder dat arbeidsdoel valt dus buiten de PSO.

Stage telt niet mee voor de 30+-erkenning

Een laatste valkuil betreft de PSO 30+ erkenning (Aanbestedingswet, artikel 2.82). Voor de gewone PSO-tredes tellen stage, werkervaringsplaats en re-integratietraject mee (met weging 0,75), maar voor de 30+-erkenning tellen zij niet mee. Ook bbl'ers/bol'ers en vso/pro-leerlingen met leerwerkovereenkomst/stage vallen buiten de 30+-doelgroep. Voor 30+ geldt bovendien dat flex/detacheringscontracten alleen meetellen als ze duurzaam zijn: minstens zes maanden voor de peildatum en minstens twee uur per week, en de weging is voor alle uitgangsposities en contracttypen '1' (of '0').

De herlevingsregel bij WW in detail

De herleving van de WW-uitkering verdient extra aandacht, omdat ze in de praktijk vaak verkeerd wordt toegepast. Gaat iemand tijdens zijn recht op WW weer aan het werk en wordt hij binnen 26 weken opnieuw werkloos, dan loopt de oude uitkering verder voor de duur die hij nog tegoed had. Voor de PSO mag je dan de uitkeringsduur voor het weer aan het werk gaan optellen bij de duur na het opnieuw werkloos worden. Samen moeten die perioden minimaal zes maanden bedragen om als geldige WW-instroompositie te kunnen meetellen. Ook een aaneengesloten periode van WW gevolgd door PAWW (de private aanvulling na afloop van de reguliere WW) telt mee, mits de gezamenlijke duur ten minste zes maanden is.

Detachering en SW: let op 'boven en onder de streep'

Een subtiel maar belangrijk geval betreft SW-medewerkers die gedetacheerd worden. Een persoon met een Wsw-indicatie telt met gewicht 1 mee bij de organisatie waar hij werkzaam en/of gedetacheerd is. Maar is iemand werknemer bij de Aanvragende SW-organisatie en werkt hij als gedetacheerde bij een andere organisatie, dan telt hij bij het SW-bedrijf met gewicht 0: niet 'boven de streep' als doelgroep en ook niet 'onder de streep' bij de bedrijfsomvang. Dit geldt echter niet wanneer de detachering plaatsvindt bij een Onderliggende entiteit die tot dezelfde Aanvragende organisatie behoort (met het SW-bedrijf als Hoofdaanvrager); dan wordt de medewerker opgegeven als 'in dienst bij de Hoofdaanvrager'. Wie dit verkeerd registreert, telt mensen onterecht wel of niet mee.

Buitenlandse regelingen

Een laatste tricky situatie: bedrijven die werk(ervaring) bieden aan personen onder buitenlandse regelingen die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse PSO-doelgroepregelingen (bijvoorbeeld in Belgie of Duitsland), kunnen de PSO ook aanvragen. Omdat die regelingen niet volledig vergelijkbaar zijn, kunnen bedrijven aan de in de handleiding genoemde voorbeelden echter geen rechten ontlenen; zij moeten daarvoor contact opnemen met PSO-Nederland. Bij twijfel over elk van deze gevallen geldt: de officiele PSO-handleiding is leidend en een vraag aan PSO-Nederland voorkomt een verrassing tijdens de audit.

Submoduletoets

5 vragen

Start toets