Leerdoelen
Het PSO-certificaat is uitsluitend geldig voor de rechtsperso(o)n(en) waarvoor het is uitgegeven en kan niet aan derden worden overgedragen. Het wordt toegekend aan een zogenoemde Aanvragende organisatie. Die bestaat altijd uit een Hoofdaanvrager en eventueel een of meer Onderliggende entiteiten (die behandelen we in submodule 3.5). In stap 1 van MijnPSO stel je vast wie de Aanvragende organisatie wordt. Alle gegevens die je daarna in MijnPSO invoert, gaan altijd over het totaal (gemiddelde) van de hele Aanvragende organisatie binnen het peiljaar.
Het correct bepalen van de Hoofdaanvrager is om meerdere redenen van belang. Ten eerste worden alleen de entiteiten die in de definitieve aanvraag zijn meegenomen en na audit zijn toegekend, vermeld als PSO-gecertificeerde organisatie op de online marktplaatsen en op het certificaat. Ten tweede beinvloedt de samenstelling het uiteindelijke prestatieniveau (stap 4 van MijnPSO). Ten derde zijn er wijzigingskosten verbonden zodra de statutaire naam van de Hoofdaanvrager geheel of gedeeltelijk moet worden aangepast na het indienen van de definitieve aanvraag in stap 6. Een fout in de scope is dus niet vrijblijvend.
De eerste vraag in het beslisschema is: heeft de Hoofdaanvrager minimaal een jaar een eigen inschrijvingsnummer bij de Kamer van Koophandel? Dat wil zeggen: een afzonderlijk herkenbare eenheid, een rechtspersoon, geregistreerd bij de KvK. Is dat niet het geval, dan kun je geen definitieve PSO-aanvraag voor een PSO-trede indienen. Je kunt dan wel een aanvraag indienen voor een Aspirant-status: het criterium om een jaar te bestaan geldt niet voor een Aspirant-aanvraag. Dit is een belangrijke uitzondering voor jonge of net opgerichte organisaties die nog niet aan de bestaanseis voldoen maar wel willen laten zien dat zij socialer willen ondernemen.
Cruciaal is de toevoeging dat alleen een vestigingsnummer niet voldoende is. Een specifieke locatie, vestiging of afdeling kan geen Hoofdaanvrager zijn. De PSO werkt op het niveau van de juridische entiteit: een afzonderlijk herkenbare eenheid die als rechtspersoon bij de KvK is geregistreerd met een eigen KvK-(inschrijvings)nummer. Dit voorkomt dat een organisatie cherry-picking toepast door alleen haar 'beste' vestiging te certificeren. Een juridische entiteit gaat bovendien in zijn geheel mee in de aanvraag of in zijn geheel niet (zie 3.5).
De tweede vraag in het beslisschema: werkten er in het peiljaar (meetjaar) minimaal twee fte bij de Aanvragende organisatie, en zijn er minimaal twee personen werkzaam op de aanvraagdatum? Is het antwoord nee, dan kun je geen definitieve PSO-aanvraag indienen. Deze eis borgt dat de PSO wordt aangevraagd door een organisatie met een reele personele omvang en niet door een eenmanszaak zonder personeel. Let op het verschil tussen de twee meetmomenten: de twee-fte-eis geldt over het hele peiljaar (een gemiddelde), terwijl de twee-personen-eis op de concrete aanvraagdatum moet zijn vervuld.
Omdat het certificaat is gebonden aan de specifieke rechtsperso(o)n(en), kan het niet aan derden worden overgedragen. Verandert een KvK-nummer na toekenning, dan vervalt de PSO-erkenning voor dat KvK-nummer. Wijzigingen die na toekenning in de organisatie worden gedaan, kunnen bovendien niet met terugwerkende kracht op het certificaat worden gezet. Dit onderstreept nog eens waarom je de Aanvragende organisatie voor de definitieve aanvraag zorgvuldig moet vaststellen.
De Hoofdaanvrager moet dus achtereenvolgens voldoen aan: (1) minimaal een jaar een eigen KvK-nummer (niet vereist voor een Aspirant-status), (2) geen vestiging of afdeling zijn maar een echte juridische entiteit, en (3) minimaal twee fte in het peiljaar plus minimaal twee personen op de aanvraagdatum. Pas als deze stappen positief zijn doorlopen, kom je in het beslisschema toe aan de vraag of er Onderliggende entiteiten zijn die je wilt meenemen.
Een Aanvragende organisatie bestaat per definitie uit een Hoofdaanvrager en eventueel een of meer Onderliggende entiteiten waarop de PSO-certificering van toepassing wordt na het indienen van de definitieve PSO-aanvraag in stap 6 van MijnPSO en na toekenning door PSO-Nederland. Onder een Hoofdaanvrager kunnen meerdere (dochter)organisaties, werkmaatschappijen (bv's) of franchiseorganisaties ressorteren waarvoor de PSO-erkenning ook kan worden aangevraagd. In deze submodule staat de Hoofdaanvrager zelf centraal; de Onderliggende entiteiten komen in submodule 3.5 uitgebreid aan bod. Het is goed om te onthouden dat de Hoofdaanvrager altijd het vertrekpunt is: zonder een geldige Hoofdaanvrager is er geen Aanvragende organisatie en dus geen aanvraag mogelijk.
Onder een juridische entiteit verstaat de PSO een afzonderlijk herkenbare eenheid die als rechtspersoon bij de KvK is geregistreerd. Het onderscheid tussen een rechtspersoon (met een eigen KvK-inschrijvingsnummer) en een loutere vestiging (met enkel een vestigingsnummer) is daarbij doorslaggevend. Veel organisaties hebben meerdere vestigingen onder een en hetzelfde KvK-nummer; die vestigingen zijn samen een entiteit en kunnen niet los van elkaar worden gecertificeerd. Andersom kan een organisatie die juridisch is opgeknipt in meerdere bv's per bv afzonderlijk een rechtspersoon zijn. Het correct herkennen van de juridische structuur is daarom de eerste stap naar een juiste scope.
Bestaat de Aanvragende organisatie uitsluitend uit een Hoofdaanvrager (zonder Onderliggende entiteiten), dan vul je in stap 1A van MijnPSO alleen de gegevens van de Hoofdaanvrager in, en bij de overige stappen alleen gegevens die over de Hoofdaanvrager gaan. Het beslisschema geeft in dat geval expliciet aan dat je kunt stoppen met het verder doorlopen van de Handreiking. Worden er wel Onderliggende entiteiten meegenomen, dan verschuift het perspectief naar het totaal van de hele Aanvragende organisatie; dat werken we in submodule 3.5 uit. Door eerst scherp vast te stellen of er uberhaupt een geldige Hoofdaanvrager is en of er entiteiten zijn, voorkom je dat je verderop in MijnPSO de verkeerde cijfers invoert.
Submoduletoets
5 vragen