LSR Werkruimte
RK
R. KamphuisAdmin
PSO-cursus
Zoeken...
RK

4.4 De indirecte sociale bijdrage en de SW-regeling

Leerdoelen

  • U kunt de indirecte sociale bijdrage in twee stappen berekenen.
  • U kent de drie basiseenheden: directe bijdrage leverancier, financiële waarde inkoop en omzet per fte.
  • U kunt rekenvoorbeeld 2 reproduceren: 0,2 fte en 0,8% indirecte bijdrage.
  • U kent de SW-regeling van 50% tot 1 april 2028 en het verbod op dubbeltelling.
  • U weet welke uitgaven zijn uitgesloten van de indirecte bijdrage.

Wat is de indirecte sociale bijdrage?

Naast de eigen plaatsingen kan een organisatie ook indirect bijdragen aan werkgelegenheid voor de doelgroep: door producten of diensten in te kopen bij, of werk uit te besteden aan, organisaties die zelf socialer ondernemen. De indirecte sociale bijdrage is de financiële waardering daarvan, omgerekend naar het aantal doelgroep-fte dat aan dat ingekochte deel van de omzet heeft meegewerkt. De waarde van de indirecte bijdrage wordt opgeteld bij de directe bijdrage en samen bepalen ze of u de norm haalt.

Onder welke voorwaarden telt het mee?

Om de bewijslast beheersbaar te houden, telt de indirecte bijdrage alleen mee bij inkoop bij of uitbesteding aan een organisatie met een geldige PSO-erkenning (Aspirant-status, Basistrede of trede 1 t/m 3) of een sociale werkvoorziening (SW-bedrijf). De factuurdatum moet binnen het peiljaar van de Aanvragende organisatie vallen.

De berekening in twee stappen

De rekentool berekent de indirecte bijdrage in twee stappen. Daarvoor zijn drie basiseenheden nodig: de financiële waarde van de inkoop, de directe sociale bijdrage van de leverancier (uit diens auditrapport, automatisch doorgerekend in MijnPSO) en de omzet van de leverancier per fte (geschat via CBS-statistieken of opgave van de leverancier, getoetst door de auditor).

Stap 1 — fte ten behoeve van de indirecte bijdrage:

> fte = directe sociale bijdrage leverancier x (financiële waarde inkoop / omzet leverancier per fte)

Stap 2 — de indirecte sociale bijdrage als percentage:

> indirecte bijdrage = fte / (bedrijfsomvang in fte + fte)

Uitgewerkt voorbeeld (rekenvoorbeeld 2)

De handleiding geeft een volledig narekenbaar voorbeeld:

  • Directe sociale bijdrage van de PSO-gecertificeerde leverancier: 10%
  • Omzet van de leverancier per fte: €50.000
  • Financiële waarde van de inkoop door de Aanvragende organisatie: €100.000
  • Bedrijfsomvang van de Aanvragende organisatie: 25 fte

Stap 1:

> fte = 10% x (100.000 / 50.000) = 0,10 x 2 = 0,2 fte

Stap 2:

> indirecte bijdrage = 0,2 / (25 + 0,2) = 0,2 / 25,2 = 0,00793... = 0,8%

De Aanvragende organisatie mag in dit voorbeeld dus 0,8% indirecte bijdrage optellen bij de al vastgestelde directe bijdrage.

De SW-regeling: 50% tot 1 april 2028

Voor SW-bedrijven geldt een bijzondere regeling. Wordt een opdracht verleend aan een SW-bedrijf, dan gaat de PSO uit van een directe sociale bijdrage van 50% — of de daadwerkelijke direct gewogen bijdrage zodra het SW-bedrijf zélf een PSO-certificaat heeft verkregen. Deze waardering van 50% voor niet PSO-gecertificeerde SW-bedrijven blijft van kracht tot 1 april 2028 en vervalt daarna.

In de rekenformule van stap 1 vult u voor een (niet-gecertificeerd) SW-bedrijf dus 50% in op de plek van de directe bijdrage van de leverancier. Bij een inkoopwaarde van €100.000 en een omzet per fte van €50.000 zou stap 1 dan opleveren: 0,50 x (100.000 / 50.000) = 0,50 x 2 = 1,0 fte — aanzienlijk meer dan de 0,2 fte uit het reguliere voorbeeld, wat de stimulerende werking van de SW-regeling laat zien.

Het verbod op dubbeltelling

Bij uitbesteding aan een SW-bedrijf mag dezelfde opdracht niet tegelijkertijd worden opgegeven voor zowel de directe bijdrage (het aantal SW-krachten dat bij u werkt) als de indirecte bijdrage (de uitbesteding van werk). U kiest per opdracht één van beide. Evenzo geldt: de kosten voor personen uit de PSO-doelgroep die u hebt ingehuurd én al hebt opgegeven voor de directe bijdrage, mogen niet ook als kosten voor de indirecte bijdrage worden opgevoerd.

Wat is uitgesloten van de indirecte bijdrage?

Niet alle uitgaven zijn inkoop. Uitdrukkelijk uitgesloten zijn:

  • aflossingen van leningen,
  • rentebetalingen,
  • borgstellingen,
  • kapitaalstortingen en andere financiële transacties.

Deze betreffen geen inkoop van producten of diensten, maar terugbetaling van geleend geld of kapitaal, en dragen niet bij aan de omzetrealisatie bij de leverancier. Daarnaast telt inkoop bij een (eigen) entiteit van de Aanvragende organisatie niet mee voor de indirecte sociale bijdrage.

Waarom een indirecte bijdrage?

De indirecte bijdrage is bedoeld om socialer ondernemen in de hele keten te stimuleren (ketenstimulering). Het is geen verplicht onderdeel van de PSO. Het bijkomende voordeel is dat organisaties die zelf niet volledig aan de kwantitatieve eisen kunnen voldoen — bijvoorbeeld kennisintensieve bedrijven met weinig ruimte voor doelgroepplaatsingen — tóch in aanmerking kunnen komen voor een PSO-trede door sociaal in te kopen en uit te besteden. De ondergrens blijft wel dat minimaal 20% van de norm uit de eigen organisatie moet komen (zie submodule 4.3).

De drie basiseenheden nader toegelicht

1. Financiële waarde van de inkoop/uitbesteding: de som van de facturen bij een PSO-gecertificeerde organisatie of een SW-bedrijf in het peiljaar. De factuurdatum moet binnen het peiljaar van de Aanvragende organisatie vallen.

2. Directe sociale bijdrage van de leverancier: zoals vermeld in diens auditrapport. Deze waarden zijn onzichtbaar opgenomen in de rekenformule van MijnPSO en worden automatisch doorgerekend zodra u de leverancier selecteert. U kunt de waarde desgewenst vooraf bij de leverancier opvragen.

3. Omzet van de leverancier per fte: geschat op basis van CBS-statistieken of op opgave van het gecertificeerde bedrijf, getoetst door de auditor.

Het rekenvoorbeeld stap voor stap

Met deze eenheden vertaalt de tool de inkoopwaarde naar het aantal doelgroep-fte dat naar rato aan die omzet heeft meegewerkt. In rekenvoorbeeld 2: 10% directe bijdrage, €50.000 omzet per fte, €100.000 inkoop, 25 fte bedrijfsomvang. Stap 1 levert 0,2 fte; stap 2 deelt die 0,2 door (25 + 0,2) = 25,2 en geeft 0,8%. Merk op dat de eigen bedrijfsomvang in de noemer staat: dezelfde inkoopwaarde levert bij een kleinere organisatie een hoger indirect percentage op dan bij een grote.

De SW-regeling in context

Een opdracht aan een SW-bedrijf wordt gewaardeerd op 50% directe sociale bijdrage van de leverancier — of de daadwerkelijke direct gewogen bijdrage zodra het SW-bedrijf zelf PSO-gecertificeerd is. Deze 50%-waardering voor niet-gecertificeerde SW-bedrijven geldt tot 1 april 2028 en vervalt daarna. De achterliggende gedachte is dat SW-bedrijven per definitie veel doelgroepmedewerkers in dienst hebben; daarom wordt hun bijdrage hoog gewaardeerd. Voor de afbakening van wat een SW-bedrijf is, verwijst de handleiding naar de begrippenlijst (bijlage 1A).

Randvoorwaarden op een rij

  • Inkoop bij een (eigen) entiteit van de Aanvragende organisatie telt niet mee.
  • Bij uitbesteding aan een SW-bedrijf mag dezelfde opdracht niet tegelijk voor de directe (aantal SW-krachten) én de indirecte (uitbesteed werk) bijdrage worden opgegeven.
  • Kosten voor doelgroepmedewerkers die zijn ingehuurd én al voor de directe bijdrage zijn opgegeven, mogen niet ook indirect worden opgevoerd.
  • Wordt een leverancier gedurende het peiljaar gecertificeerd, dan mag alle inkoop bij die leverancier in dat peiljaar meetellen.
  • Aflossingen, rente, borgstellingen, kapitaalstortingen en andere financiële transacties zijn geen inkoop en tellen niet mee.

De Aanvragende organisatie moet de gegevens uit de opgave van de indirecte bijdrage op verzoek van de auditor kunnen aantonen met formele documenten.

Submoduletoets

5 vragen

Start toets