Leerdoelen
De meetelduur is de periode waarin de arbeid van een medewerker uit de PSO-doelgroep meetelt voor de directe sociale bijdrage. De meetelduur vangt aan op het moment van instroom: het moment waarop de medewerker werkzaamheden is gestart voor de Aanvragende organisatie. Werkte de medewerker daarvoor al voor diezelfde organisatie via een uitzend-, payroll- of detacheringsconstructie, dan start de meetelduur vanaf de eerste werkdag binnen die constructie. Dat geldt echter niet wanneer er tussen het einde van de constructie en de start van het dienstverband een onderbreking van langer dan zes maanden zit; dan begint de meetelduur opnieuw bij indiensttreding.
De gedachte achter de meetelduur is dat de PSO wil belonen dat een organisatie iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk helpt en houdt. Naarmate iemand langer aan het werk is, neemt die afstand af en 'normaliseert' de positie van de medewerker. Daarom telt een medewerker niet eindeloos mee, maar gedurende een begrensde periode. Bij sommige doelgroepen is die afstand structureel (een duurzame arbeidsbeperking); dan telt de medewerker mee zolang de status actief is. Bij andere doelgroepen is de afstand tijdelijk; dan geldt een vaste termijn van bijvoorbeeld vijf of drie jaar. De wetgever heeft de Participatiewet-termijn in een eerdere versie bewust verlengd van drie naar vijf jaar.
In de rekentool van MijnPSO bepalen twee data samen hoeveel een medewerker meetelt: de datum in dienst (start meetelduur) en de datum uit dienst (einde meetelduur of einde dienstverband). De rekentool berekent automatisch hoeveel van de opgegeven periode binnen de geldende meetelduur valt. Bij een vso/pro'er zonder doelgroepregister geldt bijvoorbeeld de datum schoolverlaten als start van de vijfjaarstermijn, en de rekentool rekent uit welk deel van de werkperiode binnen die vijf jaar valt. Bij bbl/bol geldt de start van de opleiding als 'datum in dienst' en de einddatum (of overgang naar een hoger niveau) als 'datum uit dienst'.
Voor de volgende uitgangsposities geldt een meetelduur van vijf jaar vanaf instroom (zolang de persoon werkzaam is bij de Aanvragende organisatie):
Voor personen die geen WIA-uitkering krijgen maar voor wie het UWV in een formele beschikking een arbeidsongeschiktheidspercentage groter dan 0% en kleiner dan 35% heeft vastgesteld, geldt eveneens een maximale meetelduur van vijf jaar, gerekend vanaf de datum van de beschikking.
Een belangrijke uitzondering: alle personen die recht hebben op Loonkostenvoordeel (LKV) of loonkostensubsidie (LKS) vanuit de gemeente blijven meetellen zolang dat recht van toepassing is op de medewerker. Werkt iemand op deze grond met loonkostensubsidie, dan kan de meetelduur dus langer dan vijf jaar doorlopen, namelijk zolang de loonkostensubsidie wordt ontvangen. Dit is precies het verschil met de PW/Wwb zonder LKS, waar de harde grens van vijf jaar geldt.
Personen met als uitgangspositie WW tellen vanaf het moment van instroom drie jaar mee voor de PSO (zolang ze werkzaam zijn bij de aanvrager). Let op: er geldt vooraf een toegangseis (minimaal zes maanden WW voor instroom); die behandelen we in submodule 3.3.
Personen met een Wajong-indicatie tellen vijf jaar mee vanaf instroom, of zoveel langer als hun (recht op) no-riskpolis van toepassing is. Voor WAO/WIA/WAZ geldt: zolang de persoon een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, telt hij volledig mee. Verlengt het UWV de termijn van vijf jaar voor de no-riskpolis, dan blijft betrokkene gedurende die verlenging meetellen. Medewerkers die bij de aanvrager zelf arbeidsongeschikt zijn geworden en zijn blijven werken, tellen mee vanaf het moment dat zij arbeidsongeschikt werden (dat geldt als nieuwe 'datum in dienst').
Voor doelgroepen met een duurzame arbeidsbeperking geldt dat de meetelduur doorloopt zolang de actieve status voortduurt, met een weging van 1. Dit betreft onder meer: SW-geindiceerden/beschut werk (zolang de indicatie geldig is), iedereen die is ingeschreven in het doelgroepregister van het UWV (zolang de inschrijving actief is), WIW/ID-banen, en vso/pro met inschrijving in het doelgroepregister.
Stages, werkervaringsplaatsen en re-integratietrajecten tellen maximaal drie jaar mee bij de Aanvragende organisatie. Dit is een aparte begrenzing op contractniveau, los van de uitgangspositie.
Verliest iemand zijn doelgroepstatus, dan blijft hij meetellen zolang hij nog ingeschreven staat in het doelgroepregister. Het UWV hanteert hiervoor een periode van twee jaar dat iemand na verlies van de status nog zichtbaar in het register blijft staan. Gedurende die twee jaar telt de persoon dus nog volledig mee.
Submoduletoets
5 vragen