LSR Werkruimte
RK
R. KamphuisAdmin
PSO-cursus
Zoeken...
RK

2.1 Directe vs. indirecte sociale bijdrage

Leerdoelen

  • Je kunt het verschil tussen een directe en een indirecte sociale bijdrage uitleggen.
  • Je begrijpt het criterium 'onder leiding en toezicht' en wanneer iets uitbesteed werk wordt.
  • Je kunt uitleggen dat de indirecte bijdrage bedoeld is voor ketenstimulering en niet verplicht is.
  • Je weet dat minimaal 20% van de norm van de beoogde trede in de eigen organisatie gerealiseerd moet zijn.

Twee manieren om bij te dragen

De PSO erkent de mate waarin organisaties bijdragen aan de werkgelegenheid voor personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. De handleiding onderscheidt daarbij twee manieren om aan die werkgelegenheid bij te dragen. De eerste is de directe sociale bijdrage: het leveren van een bijdrage door plaatsingen in de eigen organisatie van mensen die vallen onder de PSO-doelgroep. De tweede is de indirecte sociale bijdrage: het leveren van een bijdrage via andere organisaties (PSO-gecertificeerde bedrijven of SW-bedrijven) door bij hen in te kopen of werk uit te besteden. Deze tweedeling is een van de centrale uitgangspunten van de PSO-systematiek en bepaalt hoe de uiteindelijke score van een organisatie wordt opgebouwd. Wie de twee begrippen scherp uit elkaar houdt, voorkomt veel van de fouten die later in het meetproces gemaakt worden.

Beide bijdragen wegen mee in de uiteindelijke PSO-score. Het uitgangspunt van de PSO-systematiek is namelijk dat de methode onderscheid maakt in directe en indirecte sociale bijdragen die beide meewegen. Directe bijdragen zijn plaatsingen in de eigen organisatie van personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Indirecte bijdragen zijn gericht op het stimuleren van plaatsingen in andere organisaties door middel van inkoop en/of uitbesteden van werk. Dit laatste noemen we ketenstimulering: de PSO wil niet alleen dat de eigen organisatie socialer onderneemt, maar dat ook leveranciers en opdrachtnemers worden aangemoedigd om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. Op die manier verspreidt het sociale effect zich door de hele keten.

Onder leiding en toezicht

Het scharnierpunt tussen 'direct' en 'indirect' is de vraag wie de leiding en het toezicht heeft over de medewerker. Om als directe bijdrage te kunnen meetellen, moet de medewerker werkzaam zijn onder leiding en toezicht van de Aanvragende organisatie. Is daarvan geen sprake, dan betreft het uitbesteed werk of een opdracht en telt het niet mee als directe sociale bijdrage. Het kan dan wel nog meetellen als indirecte bijdrage, namelijk als de Aanvragende organisatie het werk uitbesteedt aan een PSO-gecertificeerde organisatie of een SW-bedrijf. Het criterium gaat dus niet over de vraag wie het loon betaalt of bij wie iemand formeel op de loonlijst staat, maar over de feitelijke aansturing van het werk.

Dit criterium verklaart waarom bijvoorbeeld gedetacheerde medewerkers en uitzendkrachten wel als directe bijdrage kunnen meetellen: zij werken onder de regie en verantwoordelijkheid van de Aanvragende organisatie, ook al staan zij formeel bij een andere werkgever op de loonlijst. Andersom geldt dat werk dat volledig door een externe partij wordt georganiseerd en aangestuurd, geen directe bijdrage oplevert, hoeveel doelgroepmedewerkers daar ook bij betrokken zijn. Een bewuste keuze die hieruit volgt: wanneer een opdracht wordt verleend aan een SW-bedrijf, gaat de PSO uit van een directe sociale bijdrage als de SW-krachten onder leiding en toezicht van de Aanvragende organisatie werken. In dat geval mag dezelfde opdracht niet tegelijkertijd voor de directe (aantal SW-krachten) en de indirecte (uitbesteding van werk) bijdrage worden opgegeven; dubbeltelling is uitgesloten. Een organisatie moet dus per situatie kiezen onder welke noemer de bijdrage valt.

Ketenstimulering en het niet-verplichte karakter

Het meetellen van de indirecte sociale bijdrage is bedoeld om 'socialer ondernemen' in de keten te stimuleren. Daarom is het geen verplicht onderdeel van de PSO. Een organisatie kan de PSO-erkenning dus volledig op haar directe bijdrage baseren en hoeft helemaal niets in te kopen of uit te besteden om een trede te halen. Een bijkomend voordeel van de indirecte bijdrage is dat Aanvragende organisaties die zelf niet volledig aan de kwantitatieve eisen kunnen voldoen (bijvoorbeeld kennisintensieve bedrijven met veel hoogopgeleid personeel) toch in aanmerking kunnen komen voor een PSO-trede door sociaal in te kopen en/of werk uit te besteden. Voor zulke bedrijven, waar nauwelijks functies bestaan voor de doelgroep, is de indirecte route vaak de enige manier om een hogere trede te bereiken.

De ondergrens van 20%

Hoe vrij organisaties ook zijn in het inzetten van de indirecte bijdrage, er geldt een harde ondergrens voor de eigen prestatie. Voor een PSO-erkenning moet minimaal 20% van de norm van de beoogde trede gerealiseerd zijn in de eigen organisatie. Exacter geformuleerd: een organisatie kan de PSO-erkenning bemachtigen wanneer er voor minimaal 20% van de norm van de beoogde trede personen uit de PSO-doelgroep werkzaam zijn binnen de eigen organisatie (de directe sociale bijdrage). Daarnaast kan de organisatie de score aanvullen door sociaal in te kopen en/of uit te besteden (de indirecte sociale bijdrage).

Met andere woorden: de indirecte bijdrage mag de score aanvullen, maar mag het ontbreken van een eigen inspanning niet volledig compenseren. Wie een trede wil halen, moet dus altijd minstens een vijfde van die normprestatie met eigen plaatsingen invullen. Deze ondergrens zorgt ervoor dat een PSO-erkenning altijd een aantoonbare eigen sociale inspanning weerspiegelt en niet uitsluitend een kwestie van inkopen is. De totale bijdrage aan de werkgelegenheid is uiteindelijk een optelsom van de directe en de indirecte bijdrage, waarbij de financiele waarde van de indirecte sociale bijdrage wordt opgeteld bij de directe sociale bijdrage.

Samenvattend

Directe bijdrage betekent: mensen uit de doelgroep zelf, onder eigen leiding en toezicht, aan het werk in de organisatie. Indirecte bijdrage betekent: bijdragen via de keten door in te kopen of uit te besteden bij PSO-gecertificeerde of SW-bedrijven. De indirecte bijdrage stimuleert socialer ondernemen in de keten en is niet verplicht, terwijl voor de directe bijdrage de ondergrens van 20% van de tredenorm altijd geldt. Onthoud bovendien dat dezelfde opdracht nooit dubbel telt en dat het criterium 'onder leiding en toezicht' bepaalt of een plaatsing als directe bijdrage geldt.

Submoduletoets

5 vragen

Start toets